jonge spelers

Waar ik vandaag mee zou beginnen als ik coach was

‘Aylin, als jij nu tien kinderen aan de badrand hebt staan en je gaat ze een tijdje trainen, wat doe je dan?’ Een voorbeeld van een vraag die ik al meerdere keren van verschillende mensen heb gehad. Variërend van coaches uit de zwemsport tot collega’s uit de sportwetenschap. Dus ik dacht: laat ik daar eens op in gaan.

Voor de duidelijkheid, ik ben geen zwemcoach of coach in een andere sport. Wel werk ik regelmatig samen met coaches en sporters om de technische vaardigheden te verbeteren met behulp van metingen en analyses. En vanuit die meer wetenschappelijke kijk op de sport zal ik je vertellen wat ik sowieso zou doen als ik wél coach was.

 

Werkt het of werkt het niet?

Naar mijn idee (but correct me if I’m wrong) wil je als coach zijnde hoofdzakelijk twee dingen weten:

  • Werkt mijn trainingsprogramma in het algemeen (voor de hele groep)?
  • Wat werkt het beste voor een specifieke sporter?

Hoe hoger het niveau, hoe meer je je waarschijnlijk bezig gaat houden met die tweede vraag.  Maar als ik íets leer uit de onderzoeken die ik doe, is dat prestatieontwikkeling een heel individueel proces is. Begrijp me niet verkeerd, ik ben zéker een voorstander om gemiddelden te gebruiken als leidraad binnen trainingsprogramma’s.  Maar wel met de kanttekening dat we niet moeten vergeten dat een gemiddelde een gemiddelde is. En rondom het gemiddelde zie je altijd een bepaalde mate van spreiding. Sommige sporters scoren hoger, andere lager. Variatie alom.  Er is niet één weg of één antwoord.

 

Hanteer jij als coach een individuele aanpak?

Ja ja ja, dat weet ik wel, hoor ik je denken. Maar doe je er ook wat mee? Want vaak weten we het wel, maar doen we het niet. Kijk eens terug naar vorig seizoen. Hoe afgestemd was jouw programma op een individuele sporter? In hoeverre weet jij per sporter wat wél en niet werkt en wat het effect van de trainingen op de prestaties is geweest? Werken als jouw sporters hetzelfde programma af of maak je aanpassingen per sporter? En op welke manier hou je je sporter in de gaten om te weten of het écht werkt wat je aan het doen bent?

 

Energie is de basis

Dat in de gaten houden wordt ons steeds makkelijker gemaakt. Inmiddels zijn er tal van tools en apps waarmee je allerlei gegevens van sporters kan verzamelen. Denk aan speciale hesjes met een GPS systeem, hartslagbanden, vermogensmeters en ga zo maar door. En hoewel ik de informatie die je daar uit kan halen méga interessant vind, zijn al die technologische tools en apps niet het eerste waar ik mee zou beginnen.

Ik geloof namelijk dat voordat al die geavanceerde tools en apps ware impact kunnen maken en volledig benut kunnen worden je de basis moet begrijpen. En de basis heeft wat mij betreft alles te maken met energie. Met energie als basis bedoel ik dat je een goed beeld moet hebben over de belasting en belastbaarheid van je sporter. Met andere woorden, hoe verloopt de training en hoe verloopt het herstel? Is de tank vol of leeg? Zowel fysiek, maar ook mentaal. Als je daar informatie over verzameld, heb je volgens mij 80% van alle informatie die je moet hebben om je training te gaan sturen.

 

 Je bent als coach (en sporter) ook een meetinstrument

Belasting en belastbaarheid… dus toch wel een hartslagmeter? Nou, wat mij betreft niet per se. Ik ga niet ontkennen dat een hartslagmeter het een stuk makkelijker maakt om te checken of een training binnen een bepaalde zone wordt uitgevoerd. Natuurlijk is dat zo. Maar wat we niet moeten vergeten, is dat we zelf ook een meetinstrument zijn. Wij mensen kunnen zelf heel goed nadenken en beoordelen hoe iets is gegaan. En als je dat nog niet zo goed kan, ben ik er van overtuigd dat je daar beter in kunt worden. Bovendien geloof ik dat dit een voorwaarde is om uiteindelijk als sporter goed te kunnen presteren. Het is als sporter belangrijk om de signalen die je lichaam je geeft te herkennen en daar naar te luisteren.

 

Iemand zijn hartslag vertelt niet het hele verhaal

Daarnaast is het belangrijk om het volgende te realiseren: een hartslagmeter is makkelijk, maar hartslag zegt lang niet alles. Uiteindelijk moet je de data van een hartslagmeter ook weer in een context plaatsen om het betekenis te geven. Want wat zegt een gemiddelde hartslag van 170 tijdens een training? Mij zegt dat niet zoveel als ik niet weet hoe de sporter de training in ging (vermoeid/hersteld), of de sporter er zin in had en wat überhaupt het doel van de training was.

 

Contextmonitoring

Wat misschien dus nog wel belangrijker is dan prestatiemonitoring an sich (bijvoorbeeld het meten van hartslag of het volgen van versnellingen tijdens een training), is het in de gaten houden van de context waarin de training gebeurd. Laten we het voor het gemak maar contextmonitoring noemen. Wat ik daar mee bedoel is dat het zeer waardevol – al dan niet cruciaal – is, om te weten in welke hoedanigheid en context bepaalde prestaties worden geleverd. En dan bedoel ik niet alleen prestaties tijdens wedstrijden, maar ook trainingsprestaties. En dat meet je niet zo makkelijk met een hartslagband. Maar hoe dan wel?

 

Ask your athlete!

Een goede manier om te achterhalen in welke context bepaalde prestaties worden geleverd (bijvoorbeeld hoe een sporter zich voelt voor de training) is door gewoon te vragen. En het mooie is: vragen staan vrij, zijn gratis, makkelijk, snel en kunnen (bijna) altijd. Het is misschien wel de meest onderschatte manier van informatie verzamelen in dit technologische tijdperk waarin we leven. Maar dat maakt het niet minder waardevol! Belangrijk is dat je goed voor ogen hebt waarom je het vraagt, wat je vraagt en dat je regelmatig dezelfde vragen stelt. Want hierin geldt wel: als je geen duidelijke vraag stelt, krijg je ook geen duidelijk antwoord. En als je het niet structureel bepaalde vragen herhaalt, kun je geen patronen ontdekken.

 

Waar zou ik vandaag mee beginnen als ik coach was?

Als ik tien kinderen langs de badrand zou hebben staan en ik zou die een tijdje gaan trainen zou ik ze structureel voor en na de training in totaal 10 vragen laten invullen. Ik geloof dat je door die 10 vragen als coach zijnde een duidelijker beeld kan vormen over de training en het herstel van de sporter én dat je je sporter actief betrekt in het leerproces. Welke 10 vragen ik dan zou stellen? Dat lees je in de PDF die je gratis kunt downloaden via deze pagina.

Met de PDF hoop ik jou te inspireren om niet té moeilijk te denken en je een handige tool aan te reiken die je vandaag al kunt gaan inzetten.

Ga jij aan de slag met de 10 vragen en laat je me weten hoe dat is gegaan?

Op de hoogte blijven wanneer een nieuwe blog online staat? Kijk dan even hier.

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on email