Waar moet een talentprogramma aan voldoen?

Het kunnen “voorspellen” wie in de toekomst op het hoogste podium staat, is misschien wel de heilige graal voor ieder fanatiek sportland. Want doe je als land mee om de prijzen, dan tel je mee in de wereld. Het verbaast mij dan ook niet dat talentgroepjes als paddenstoelen uit de grond poppen. Ben je beter dan gemiddeld? Dan is de kans groot dat je in aanmerking komt voor een speciaal talent traject. Maar evenals sporters soms met het grootste gemak als talent worden bestempeld, gebeurd dat net zo met programma’s die als doel hebben talent te herkennen en te ontwikkelen. Waar moet zo’n talentprogramma eigenlijk aan voldoen?

Het is een lastige vraag waar zowel de sportpraktijk als de sportwetenschap zich wereldwijd over buigt. En zoals vaker weten we beter de tekortkomingen over ideeën, methoden en uitvoer rondom talentprogramma’s op te sommen, dan met een concreet lijstje te komen met wat we nou eigenlijk wél weten. Maar ondanks dat we met de kennis van vandaag kunnen stellen dat we nog genoeg uit te zoeken hebben, zijn er toch een aantal inzichten waar we denk ik nu al wat mee kunnen.

 

Er is niet één manier om de top te halen​

Wie zoekt naar één specifieke set van vaardigheden, zoekt naar iets wat niet bestaat. Expertise kan worden bereikt op unieke manieren door verschillende combinaties van kwaliteiten (bijvoorbeeld door het “compensation phenomenon”). Er zijn dus meerdere wegen die naar het hoogste podium leiden. Staar je dus niet blind op één profiel waaraan een sporter zou moeten voldoen.

 

Jeugdsporters zijn geen volwassen​en

Veel onderzoek richt zich op de onderliggende factoren van topprestaties bij volwassen sporters. Het idee daarachter is dat we onze toekomstige toppers op jonge leeftijd zouden kunnen herkennen als we weten wat ter grondslag ligt aan sportsucces bij senioren. Daar zit zeker wat in, was het niet dat de puberteit ons zicht in de glazen bol nogal vertroebeld. Door processen van groei en rijping veranderen de kenmerken van jonge sporters voortdurend. Wat op moment A aanwezig is, kan dus op moment B verdwenen zijn. Daarnaast is het heel goed mogelijk dat de onderliggende factoren aan de sportprestatie verschillen tussen jeugdsporters en volwassen sporters. Belangrijke kenmerken voor succes bij de senioren kunnen dus niet één op één worden doorgetrokken naar de junioren.

 

Hoe goed een sporter op jonge leeftijd ook is, het geeft geen garantie op succes als ze ouder zijn.

 

Talent is een dynamisch en geen statisch concept​

De dynamische aard van talent en de ontwikkeling ervan veroorzaken onstabiele, niet-lineaire ontwikkelingen van prestatiebepalend factoren. Dit maakt het voorspellen van hoe een sporter zich ontwikkelt extreem moeilijk, al dan niet onmogelijk. Een alternatieve aanpak waarbij je niet direct toekomstige sportprestaties voorspelt, maar wel in de gaten houdt iemand op de goede weg is, is benchmarking. Je bepaalt dan op basis van voorafgestelde criteria of een sporter voldoet aan de ontwikkeling die al dan niet nodig is om de top te behalen. Belangrijk is dat die criteria evidence-based zijn en dat de context en potentie van een sporter in acht worden genomen.

 

Veel onderzoek bestudeert slechts een deel van het geheel​

Merendeel van het onderzoek naar talentherkenning en -ontwikkeling hanteert nog steeds een eenzijdige benadering. Ze bestuderen bijvoorbeeld alleen de antropometrie (lichaamsmaten), de techniek of de fysiologie. Daarnaast buigt onderzoek zich veelal over de fysieke factoren en in veel mindere mate over psychologische en cognitieve componenten binnen talentherkenning en -ontwikkeling. Om talent echt goed in kaart te brengen, moet onderzoek worden verricht naar de hele puzzel en niet naar slechts één stukje van de puzzel.

 

Breng zoveel mogelijk stukjes van de puzzel in kaart.

 

Wat zegt dit?​

Terwijl ik dit schrijf, schiet een gedachte door mijn hoofd. Vier inzichten uit de wetenschap die een antwoord proberen te vormen op de vraag waar een talentprogramma aan moet voldoen. Maar indirect bedoelen we volgens mij eigenlijk wat we niet mogen missen. Op de één of andere manier maakt dat voor mij de vraag een klein beetje makkelijker. Want wat naar mijn idee absoluut niet mag missen in een talentprogramma is een brede, open blik waarbij rekening wordt gehouden met de veranderlijkheid van een talent in ontwikkeling. Iets waar iedereen die betrokken is bij een talentprogramma niet alleen van bewust zou moeten zijn, maar ook naar zou moeten handelen.

 

Bron: Deprez D. 2015. Anthropometrical, physical fitness and maturational characteristics in youth soccer: a longitudinal approach to talent identification and development. Dissertation. Universiteit Gent. Gent.

Op de hoogte blijven wanneer een nieuwe blog online staat? Kijk dan even hier.

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on email