zwemtalent

Prestatieontwikkeling van topzwemmers

Wil je de beste ter wereld worden? Dan is één ding zeker: je moet je blijven ontwikkelen. Nogal een open deur, of niet? Iedereen die een beetje verstand van zaken heeft, kan bedenken dat je vooruitgang moet blijven boeken als je de top wilt halen. Maar als we in cijfers nauwkeurig moeten uitleggen hoe de weg naar de top van seizoen tot seizoen er uit ziet, weten we dat vaak helemaal niet zo goed. En dat is eigenlijk best gek, want een duidelijk beeld over de prestatieontwikkeling richting de top kan helpen bij het herkennen en ontwikkelen van talent. Met andere woorden, als we weten hoe wereldtoppers zich van jongs af aan hebben ontwikkeld, kunnen we die kennis en inzichten gebruiken voor onze huidige en toekomstige talenten.

Samen met mijn collega’s (Dr. Marije Elferink-Gemser, Prof. Dr. Ruud Koning en Prof. Dr. Chris Visscher) heb ik uitgezocht hoe de prestatieontwikkeling van topzwemmers verloopt. Waar het bij een teamsport vaak moeilijker is om prestatie te definiëren, hebben we daar minder last van in het zwemmen. Zwemmen is een tijdsport. De opdracht is simpel: zo snel mogelijk een bepaalde afstand in het water afleggen. Prestatie wordt dus uitgedrukt in tijd. Hoe sneller, hoe beter.

Hoewel je in zwemmen meerdere afstanden en slagen hebt, hebben we voor dit onderzoek alleen gekeken naar de 100 meter vrije slag. De 100 meter vrije slag wordt gezien als het koningsnummer binnen het zwemmen. Het is een afstand waarop de internationale competitie hoog is en waar vroeg mee wordt gestart. Door technologische ontwikkelingen (zoals elektronische tijdwaarneming) zijn de wedstrijdresultaten binnen de zwemsport steeds makkelijker te verkrijgen. Dit gaf ons dus mooie mogelijkheden voor ons onderzoek!

 

Waarom dit onderzoek?

Net gaf ik aan dat het voor zwemmen makkelijk is om prestatie te definiëren. Tijd is namelijk een eenvoudige uitkomstmaat die iedereen begrijpt. Maar dat kan ook een nadeel zijn. Het is daardoor voor de hand liggend om op basis van die tijd (snel of langzaam) zwemmers te selecteren voor talentprogramma’s. De aanname die hier in schuilt is dat de toekomstige winnaars kunnen worden herkent aan de prestaties die ze op jongere leeftijd leveren. Hierdoor zie je dat vanaf jongs af aan, zwemtijden hoog in het vaandel staan en soms zelfs worden gezien als voorspeller van succes.

Die aanpak wordt door een aantal onderzoekers in twijfel getrokken, zo ook door mij. Binnen het zwemmen is namelijk gebleken dat de overgang van top junioren naar top senioren heel laag is. Bovendien richt deze aanpak zich op voornamelijk de huidige prestatie in tegenstelling tot de potentiële prestatie. Het gevolg hiervan kan zijn dat we toekomstige toppers per ongeluk over het hoofd zien. Dat zijn dan bijvoorbeeld zwemmers die op DIT moment nog niet zo snel zijn, maar in potentie wel eens heel hard kunnen gaan zwemmen. Bijvoorbeeld als ze helemaal zijn uitgegroeid, of bij een andere club gaan trainen.

Door de ontwikkeling van topzwemmers ten opzichte van zwemmers die de top niet hebben behaald te onderzoeken, kunnen we meer grip op het volgende vraagstuk krijgen: Wat karakteriseert de succesvolle ontwikkeling over de jaren heen van zwemmers die de top halen ten opzicht van zwemmers die dat niet doen?

 

jong zwemtalent

 

Onderzoeksvragen

Nogmaals, het onderzoek dat wij hebben uitgevoerd richt zich alleen op de 100 meter vrije slag. Het doel van het onderzoek was om inzicht te krijgen in de prestatieontwikkeling van topzwemmers, waarbij we de topzwemmers gedurende hun carrière volgen. We hebben dus duidelijk de junioren-senioren transitie in beeld. De vragen die we daarbij willen beantwoorden zijn als volgt: 1) Vanaf welke leeftijd onderscheiden topzwemmers zich van andere zwemmers? 2) Vanaf welke leeftijd presteren topzwemmers op hoog competitief, sub-elite, elite en top niveau?

 

Welke zwemmers zijn meegenomen in de analyse?

Op basis van een hele grote bak aan wedstrijdresultaten hebben we gekeken naar de ontwikkeling van zwemprestaties van mannen en vrouwen. We hebben voor iedere zwemmer de seizoensbeste tijd bepaald. Zoals de benaming al zegt: dit is de snelste tijd gezwommen in een seizoen. De seizoensbeste tijd werd geselecteerd voor verdere analyse, waarbij we voornamelijk geïnteresseerd waren in het ontdekken van verschillen tussen zwemmers die de absolute wereldtop behaalde en zwemmers waar dat niet bij lukte.

Om de onderzoeksvraag goed te kunnen beantwoorden hebben we wat regels opgesteld. Als een zwemmer in de dataset aan alle regels voldeed, werd hij of zij meegenomen in de analyse. Dit waren de regels:

Zwemmers:

  • Moesten tussen de 12 en 24 (vrouwen) of 12 en 26 (mannen) zijn.
  • Moesten minstens vijf seizoen een 100 meter vrije slag hebben gezwommen.
  • Hadden tenminste één seizoensbeste tijd in de leeftijdscategorie 16 of jonger
  • Hadden tenminste één seizoensbeste tijd in de leeftijdscategorie 20 (vrouwen) of 22 (mannen) of ouder.

Je kan je voorstellen dat met zulke strenge eisen een hoop zwemmers in de bak “niet meenemen” zijn beland. Maar gelukkig bleven er nog ruim 5600 zwemmers over met ruim 40.000 seizoensbeste tijden. Bescheiden groepje toch? 😉

 

Zwemtijd als relatieve maat

De zwemprestatie wordt normaal gesproken dus uitgedrukt in tijd. Zo werd de snelste tijd op de 100 meter vrije slag van 2019 gezwommen in 46,96 seconden door Caeleb Dressel. Tijd is op het oog een hele mooie en duidelijke uitkomstmaat, maar omdat de wedstrijdresultaten verzameld zijn over een periode van meer dan 20 jaar, moesten we rekening houden met de evolutie van de zwemsport.

De evolutie van de zwemsport betekent niets meer dan dat zwemmers over de jaren heen steeds sneller zijn gaan zwemmen. Je ziet dat terug in het verbreken van wereldrecords. Om zwemmers eerlijk met elkaar te kunnen vergelijken, hebben we de zwemprestatie uitgedrukt in een relatieve maat. Alle seizoensbeste tijden zijn dus omgerekend.

De relatieve maat is de gezwommen seizoensbeste tijd gedeeld door het heersende wereldrecord toen de seizoensbeste tijd werd neergezet. Een tijd van 56,60 seconden gezwommen bij de vrouwen wordt dan dus:

 

56,60 (gezwommen tijd in 2019)

________________________________           * 100 = 109%

51,71 (heersende wereldrecord in 2019)

 

Indeling in prestatiegroepen

Om verschillen tussen de topzwemmers en zwemmers die de top niet behaalden te kunnen onderzoeken, was het handig om zwemmers in te delen in groepen. In dit onderzoek kozen we voor vier groepen. De topzwemmers (beste 8 van de wereld), de elite zwemmers (beste 8 tot 50 van de wereld), sub-elite zwemmers (beste 8 nationaal) en zeer competitieve zwemmers (beste 8 tot 50 nationaal) .

Op basis van de allerbeste prestatie ooit (wanneer maakte niet uit) werden zwemmers ingedeeld in één van deze vier groepen. Als ik spreek over topzwemmers, heb ik het dus over zwemmers die uiteindelijk het niveau van de beste 8 ter wereld hebben behaald. Als ik spreek over zeer competitieve zwemmers, heb ik het over zwemmers waar het hoogst behaalde niveau gedurende hun carrière overeenkomt met de beste 8 tot 50 nationaal.

 

Conclusie 1

De eerste conclusie van dit onderzoek is dat vanaf 12 jaar topzwemmers gemiddeld gezien beter beginnen te presteren dan hun leeftijdgenoten. We zien hierbij verschillen tussen mannen en vrouwen. Bij de mannen zie je dat vanaf 12 jaar de topzwemmers beter presteren dan zeer competitieve zwemmers, vanaf 16 jaar beter presteren dan sub-elite zwemmers en vanaf 18 jaar beter presteren dan elite zwemmers.

Bij vrouwen zie je dat ook vanaf 12 jaar de topzwemmers beter presteren dan zeer competitieve zwemmers. Dit is dus gelijk met de mannen. Het verschil zit hem in de fases daarna. Vrouwelijke topzwemmers presteren namelijk vanaf 14 jaar gemiddeld gezien al beter dan sub-elite en elite zwemmers. Ze onderscheiden zich dus op een jongere leeftijd ten opzichte van de mannen van zwemmers die uiteindelijk sub-elite of elite niveau hebben behaald.

 

Conclusie 2

De tweede conclusie van dit onderzoek is dat topzwemmers onderling erg verschillen in hun weg naar de top. Zo zijn er grote verschillen te zien in de leeftijd waarop zij voor het eerst een bepaald prestatieniveau behaalden. Ik zal een voorbeeld geven. Bij vrouwelijke topzwemmers zien we dat iedereen die de top heeft behaald tussen de 12 en 14 jaar voor het eerst op het zeer competitieve prestatieniveau zat. Tussen de jongste en de oudste zwemmer zit dus maar twee jaar verschil.

Maar als we nu kijken naar de leeftijden waarop vrouwelijke topzwemmers voor het eerst het top niveau behalen zien we veel grotere verschillen. De eerste vrouwelijke topzwemster is pas 14 jaar als ze de top behaalt, terwijl de oudste vrouwelijke topzwemmer 24 jaar is. Dit is dus een verschil van 10 jaar. De grote overeenkomst is dat ze beiden uiteindelijk het topniveau hebben behaald. Zo zie je dus dat er binnen de topgroep enorme verschillen te zien zijn in hun prestatie ontwikkeling. De topgroep wordt gekenmerkt door grote individuele en unieke trajecten naar de top.

 

winnaar

 

Waarom haalt de top de top?

Maar hoe komt dat nou? Waarom halen die toppers het wel en andere zwemmers het niet? In mijn onderzoek vertaalt zich dat naar de volgende vraag: welke onderliggende prestatiebepalende kwaliteiten (bijvoorbeeld lichaamsbouw, technische, fysiologie, tactische en psychologische kenmerken en vaardigheden), liggen ten grondslag aan die succesvolle ontwikkeling richting de top? Die vraag kunnen we niet lostrekken van het volwassen worden, leren, trainen en de omgeving waarin de zwemmer zich ontwikkelt. De omgeving (onder andere coaches, ouders en trainingsfaciliteiten) spelen namelijk een hele belangrijke rol in de ontwikkeling van deze onderliggende prestatiebepalende factoren.

De individuele verschillen in bovengenoemde zaken zijn mogelijke verklaringen voor de gevonden verschillen tussen prestatiegroepen, mannen en vrouwen en de grote variatie binnen de topgroep. In de toekomst zullen longitudinale studies (onderzoek dat over een langere tijd loopt met herhaalde metingen), meer inzicht kunnen geven in dit vraagstuk. Voor nu blijft het onduidelijk. Tijdens mijn verdere promotieonderzoek ben ik hard bezig met het verzamelen van data zodat we hier meer kennis over kunnen opdoen. Zo doen we metingen bij de selecties van het Nederlands team en tijdens de Nederlandse Jeugd en Junioren kampioenschappen.

 

Wat kunnen we met deze nieuwe kennis?

Dit onderzoek laat zien dat ondanks grote individuele verschillen binnen topzwemmers er generieke patronen te ontdekken zijn die tot nu toe hebben geleid naar de top. Deze kennis over de algemene ontwikkeling van topzwemmers naar expertise en de instap leeftijden van topzwemmers op bepaalde prestatie niveaus is relevant voor zwemmers, coaches en andere betrokkenen bij talentontwikkeling. Je kunt het zien als grove richtlijn voor prestatieontwikkeling op de 100 meter vrije slag. Door dit onderzoek krijg je een betere indicatie wat er op welke leeftijd nodig is om te ontwikkelen richting topniveau. En dat kan zwemmers en coaches helpen in het in de gaten houden van de ontwikkeling en het stellen van realistische korte en lange termijn doelen.

Belangrijk om te beseffen is dat dit onderzoek gebaseerd is op gemiddelden. En niet iedereen is gemiddeld. Uit dit onderzoek blijkt namelijk ook dat er meerdere wegen naar de top zijn. De grote verschillen binnen en tussen mannen en vrouwen onderstrepen dus het belang van een individuele aanpak tijdens training en binnen talentprogramma’s. En de volgende stap? Dat is het in kaart brengen van de onderliggende prestatiebepalende kwaliteiten en omgevingskenmerken die leiden naar de top.

 

Kan ik mijzelf of mijn zwemmers vergelijken met de top?

Wil je weten hoe (volgens dit onderzoek) jij of jouw zwemmers er op de 100 meter vrije slag voor staan ten opzichte van de topzwemmers op jongere leeftijd? Stuur mij dan via deze link een berichtje. Om dit voor je na te kunnen gaan heb ik je geslacht, je leeftijd en je seizoensbeste tijd op de 100 meter vrije slag uit 2019 nodig.

 

Ik zwem niet of coach niet in de zwemsport, wat kan ik hier nu mee?

Dit onderzoek laat specifiek voor het zwemmen zien dat topzwemmers op jongere leeftijd beter presteren dan leeftijdsgenoten MAAR dat er ook heel veel individuele verschillen zijn tussen topzwemmers en dit dus lang niet voor iedereen die de top heeft behaald geldt. De belangrijkste boodschap die je wat mij betreft veel breder kan trekken is dat je je niet blind moet staren op enkel en alleen de huidige prestatie. Kijk niet alleen naar NU. Kijk naar waar mogelijkheden zijn om de prestatie van NU naar een hoger niveau te tillen. Waar zit nog veel ruimte voor groei? Bekijk het met een brede blik en trek niet te snel conclusies.

Wil je hier meer over weten? Ik help je graag bij het meedenken en uitzoeken hoe bovenstaande in jouw sport zit. Stuur mij dan even een berichtje via dit contact formulier.

 

Het hele artikel lezen?

Wil je nog gedetailleerder weten hoe dit onderzoek tot stand is gekomen en wat we hebben gedaan om de resultaten te verkrijgen, verwijs ik je graag door naar het gepubliceerde Engelse artikel in de Scandinavian Journal of Medicine and Science in Sports.

 
Bron: Post, A. K., Koning, R. H., Visscher, C., & Elferink-Gemser, M. T. (2019). Multigenerational performance development of male and female top-elite swimmers-A global study of the 100 m freestyle event. Scandinavian journal of medicine & science in sports.  https://doi.org/10.1111/sms.13599

Op de hoogte blijven wanneer een nieuwe blog online staat? Kijk dan even hier.

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on email